Analyse

Chronologische inhoudelijke analyse

  • In het voorjaar van 2017 wordt duidelijk dat de Raad van State pas op zijn vroegst n de tweede helft van 2018 een uitspraak zal doen over het beroep tegen het Tracébesluit van de Blankenburgtunnel. De reden is dat de Raad van State prejudiciële vragen heeft gesteld aan het Europese Hof van Justitie over de juridische houdbaarheid van de programmatische aanpak stikstof (PAS). Omdat één van de beroepsgronden van de natuurorganisaties betrekking heeft op de toename van de stikstofuitstoot als gevolg van de Blankenburgtunnel, wordt een uitspraak over de Blankenburgtunnel aangehouden in afwachting van de antwoorden op deze vragen. De Raad van State heeft het Europese Hof gevraagd de vragen met voorrang te beantwoorden, namelijk voor 1 juni 2018.
  • Op 13 december 2016 vindt de zitting plaats bij de Raad van State over het beroep tegen het Tracébesluit voor de Blankenburgtnnel. Diverse natuur- en bewonersorganisaties waaronder Natuurmonumenten, Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland en de Midden-Delfland Vereniging tekenden in mei beroep aan omdat zij van mening zijn dat het Tracébesluit op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen en de minister te weinig onderzocht heeft of er alternatieven voor de Blankenburgtunnel mogelijk zijn (waaronder geen weg aanleggen).
  • Op 13 september 2016 publiceren de natuur- en bewonersorganisaties een nadere onderbouwing van hun beroep tegen de Blankenburgtunnel waarin de weg is doorgerekend op basis van de nieuwe WLO scenario’s uit 2015 van de planbureaus door onderzoeksbureau CE Delft. Omdat minister Schultz ondanks aandringen van de natuurorganisaties vast bleef houden aan de berekeningen op basis van de scenario’s uit 2006, hebben de natuurorganisaties zelf berekeningen op basis van de nieuwe scenario’s uit laten voeren. Hieruit blijkt dat de situatie qua verkeersdrukte in de Beneluxtunnel die de minister op basis van de oude scenario’s wil realiseren mét de aanleg van de Blankenburgtunnel volgens de nieuwe scenario’s al ruimschoots behaald wordt zonder de aanleg van die weg. Het probleem dat de Blankenburtunnel moet oplossen doet er dus nauwelijks toe, terwijl de weg wel 1,2 miljard euro kost en grote schade toebrengt aan natuur, landschap en leefomgeving. Ook blijkt uit het onderzoek dat de Blankenburgtunnel een risico vormt voor de kwetsbare natuur in de duin op Voorne doordat het verkeer daar toeneemt wat leidt tot de depositie van meer stikstof.
  • Op 28 maart 2016 stelt minister Schultz het Tracébesluit voor de Blankenburgtunnel vast. De wijzigingen ten opzichte van het Ontwerp Tracébesluit zijn erg klein. Tegen het Tracébesluit is beroep bij de Raad van State mogelijk. Diverse natuur- en bewonersorganisaties gaan gezamenlijk in beroep bij de Raad van State. De organisaties zijn van mening dat de minister onvoldoende heeft gekeken of er alternatieven voor deze snelweg mogelijk zijn.
  • In september 2015 wordt de inpassing van de Blankenburgtunnel in de gemeenten Rotterdam en Vlaardingen behandeld. In Rotterdam wordt een motie om de variant zonder kanteldijk mee te nemen in het verdere proces verworpen. In Vlaardingen wordt een amendement met een zelfde strekking unaniem aangenomen. Op 24 september ondertekent minister Schultz het Ontwerp Tracébesluit voor de Blankenburgtunnel. In de berichtgeving hierover spreekt het ministerie over een weg die veel files oplost en een kwaliteitsimpuls geeft aan het hele gebied. Natuurorganisaties en bewoners reageren teleurgesteld. Op het Ontwerp Tracébesluit worden bijna 2000 zienswijzen ingediend.
  • Het nadere onderzoek naar de noodzaak van een kanteldijk wijst in juni 2015 uit dat een alternatieve variant van de Blankenburgtunnel technisch mogelijk. De waterveiligheid is zelfs voldoende geborgd zonder aanvullende maatregelen zoals extra versteviging van de tunnel of een coupure. Toch trekt minister Schultz op basis van de nog niet gepubliceerde rapporten de conclusie dat zij vanwege de lagere kosten vast wil houden aan de variant met kanteldijk. Ondanks dat de variant zonder kanteldijk vele voordelen beidt voor het landschap, natuur (de Rietputten gaan niet verloren), luchtkwaliteit, geluid en verkeersveiligheid. Natuurmonumenten, Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland, ANWB, Midden-Delfland Vereniging en LTO Delflands Groen pleiten er daarom in een brief aan de Tweede Kamer voor om deze veel beter ingepaste variant in het verdere proces op te nemen zodat marktpartijen bij de aanbesteding uitgedaagd worden om tot de best haalbare inpassing te komen.
    Het rapport wordt, ondanks dat dit al een aantal dagen af is, pas op de avond voor het MIRT debat naar de Tweede Kamer gestuurd.
    In het AO MIRT van 2 juli 2015 worden door D66/CDA en CU moties ingediend om de variant zonder kanteldijk mee te nemen in het verdere proces. De minister ontraadt deze moties omdat twee varianten meenemen in de aanbesteding niet mogelijk zou zijn en de variant zonder kanteldijk duurder is. De motie van D66/CDA wordt in stemming gebracht en verworpen, de CU houdt haar motie aan.
  • Na de zomer van 2014 blijkt uit een geheim rapport van het adviesbureau Horvat dat is opgesteld in opdracht van Rijkswaterstaat dat een Blankenburgtunnel ook zonder kanteldijk uitgevoerd zou kunnen worden. Dit zou tot een veel betere inpassing kunnen leiden. In een brief pleiten Natuurmonumenten, Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland, ANWB, Midden-Delfland Vereniging en LTO Delflands Groen er bij de Tweede Kamer voor om een variant zonder kanteldijk verder uit te weken. Tijdens het MIRT debat van 24 november brachten CDA, PvdA, D66, SP, ChristenUnie, GroenLinks en PVV dit punt ter sprake. Hierop deed minister Schultz de toezegging een veel beter ingepaste variant van de Blankenburgtunnel te onderzoeken. Minister Schultz gaf maandag aan dat landschappelijke inpassing van de Blankenburgtunnel belangrijk is. Het ministerie is al gestart met het onderzoek naar het alternatief ontwerp. Na de zomer van 2015 zal de minister de Tweede Kamer rapporteren nadat zij het Ontwerp-Tracebesluit ter inzage heeft gelegd.
  • Op 30 juli 2014 publiceert Trouw een artikel waarin wordt aangegeven dat de A9 bij Almere verbreed wordt, terwijl hier veel minder auto’s over rijden dan werd aangegeven in de prognoses die de noodzaak van de verbreding onderbouwden. Daarmee wordt dus wederom duidelijk dat het ministerie van Infrastructuur en Milieu bij hun wegenplannen rekent met onrealistische verkeerscijfers. Door Sander de Rouwe (CDA) zijn hier Kamervragen over gesteld en ook GroenLinks heeft in de media aangegeven de minister hierover op het matje te willen roepen.
  • Vanwege het niet naar tevredenheid beantwoorden van de schriftelijke vragen van de Eerste Kamer over de structuurvisie NWO, besluit de Eerste Kamer (commissie IMRO) op 25 maart 2014 om een mondeling overleg met Minister Schultz te gaan houden. Het is niet gebruikelijk dat de Eerste Kamer met de minister in debat gaat over wegenplannen dus dit impliceert een kritische houden van de Eerste Kamer. In een brief aan de Eerste Kamer geven Natuurmonumenten en Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland de belangrijkste procedurele kritiekpunten nog een keer aan: het doorlopen besluitvormingsproces is in strijd met het advies van Commissie Elverding en de Tracéwet en de probleemanalyse die aan de Blankenburgtunnel ten grondslag ligt is achterhaald. Het overleg over de structuurvisie NWO in de Eerste Kamer vond op 8 2014 april plaats.
  • Op 14 februari 2014 publiceert de minister een kennisgeving over het voornemen tot opstellen van een milieueffectrapport voor de Blankenburgtunnel. Het is opvallend dat zij hierin meldt dat de commissie MER niet ingeschakeld zal gaan worden. Dit is niet meer verplicht vanwege de Crisis- en Herstelwet, maar bij grote en complexe projecten wel aan te bevelen omdat het de zorgvuldigheid van de besluitvorming ten goede komt. In een zienswijze dringen de natuur- en bewonersorganisaties er dan ook op aan om de commissie MER wel in te schakelen. Ook stelt GroenLinks Kamerlid Liesbeth van Tongeren op 13 maart 2014 Kamervragen over dit onderwerp. In reactie op de zienswijze van de natuur- en bewonersorganisatie blijft de minister echter aangeven dat zij met het milieueffectonderzoek niet verder wil gaan dan de minimale vereisten, dit stelt nogal teleur.
  • De structuurvisie NWO wordt behalve aan de Tweede Kamer ook aan de Eerste Kamer aangeboden. Op 11 december 2013 stellen GL en SP scherpe vragen aan de minister waarin ze onder andere de onderbouwing van nut en noodzaak bekritiseren. Op 30 januari 2014 beantwoordt de minister deze vragen. Helaas bestaan de antwoorden uit het selectief shoppen in feiten en soms onjuiste informatie. Op 14 februari 2014 stellen de Eerste Kamerfracties van GL en SP dan ook vervolgvragen. De beantwoording hierop van de minister op 14 maart 2014 is echter een herhaling van zetten: er wordt weer selectief geshopt in feiten en nog steeds ontbreekt een probleemanalyse van de Blankenburgtunnel op basis van actuele gegevens over de verkeersontwikkeling.
  • Op 25 november 2013 vindt in de Tweede Kamer het MIRT debat plaats waarbij al dan niet ingestemd kan worden met de Structuurvisie NWO. Een dag voor het debat verschijnt een rapport van CE Delft waaruit blijkt dat de baten van snelwegprojecten te hoog ingeschat worden door de rekenen met onrealistisch hoge verkeersscenario’s. De Blankenburgtunnel is één van de projecten waarnaar in dit onderzoek specifiek is gekeken. Tijdens het MIRT debat is de Tweede Kamer dan ook kritisch naar de minister tav de gebruikte onderbouwing van projecten. Er worden twee moties ingediend nav het CE onderzoek (zie motie GL en motie D66). Ook dient de CU een motie in om een geboorde Blankenburgtunnel serieus te onderzoeken. Op 3 december 2013 wordt er over deze moties gestemd: al deze moties worden verworpen. De minister krijgt hiermee van de Tweede Kamer groen licht om het besluitvormingsproces over de Blankenburgtunnel onveranderd voort te zetten.
  • In november 2013 stelt de minister van I&M de Rijksstructuurvisie NWO vast. De wijzigingen ten opzichte van de ontwerp-structuurvisie zijn minimaal. Uit de Nota van Antwoord en de reactie op het toetsingsadvies van de Cie MER blijkt dat veel kritiekpunten onvoldoende weerlegd kunnen worden. Zo wordt door de minister geen gehoor gegeven aan het kritiekpunt van de Cie MER en uit diverse zienswijzen dat er bij onderbouwing van nut en noodzaak geen rekening is gehouden met de recente trendbreuk in verkeersontwikkeling. Ook blijkt uit de aanbiedingsbrief bij de structuurvisie en de nota van antwoord te blijken dat de doelstelling verschuift van een uitbreiding van de capaciteit van het wegennet naar het robuuster maken ervan. Ten slotte erkent de minister dat de baten/kosten verhouding van de Blankenburgtunnel ongunstig is bij lage groei van verkeer en economie, maar laat zij dit geen consequenties hebben op haar plannen.
  • Naar aanleiding van de motie van Attje Kuiken die stelt dat er 25 miljoen euro uitgetrokken moet worden voor inpassingsvisie voor de Blankenburgtunnel die opgesteld moet worden met betrokkenheid van natuur- en milieuorganisaties, heeft in de zomer van 2013 een inpassingsproces plaatsgevonden. Natuurmonumenten en de Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland hebben echter aangegeven zich niet te kunnen vinden in de uitgangspunten van dit proces en hebben dus niet deelgenomen aan het inpassingsclubje, naar aanleiding hiervan zijn Kamervragen gesteld door de ChristenUnie.
  • In juli 2013 brengt de Commissie MER haar toetsingsadvies uit over de Plan-MER’en die horen bij de ontwerp-Rijksstructuurvisie NWO. De Commissie MER geeft onder andere aan dat onvoldoende is aangegeven hoe tot de vijf prioritaire vraagstukken uit de structuurvisie gekomen is en dat nut en noodzaak van de gekozen maatregelen en prioritering daarvan nog tekort schiet omdat actuele ontwikkelingen hier bijvoorbeeld niet in zijn meegenomen.
  • Begin april 2013 wordt de Ontwerp-Rijksstructuurvisie NWO met daarin verankerd de bestuurlijke voorkeur voor de Blankenburgtunnel ter inzage gelegd. Op de Ontwerp-Structuurvisie wordt een recordaantal zienswijzen ingediend: meer dan 2300 mensen spreken zich in een zienswijze tegen de Blankenburgtunnel uit. Ook houdt de Tweede Kamer nog een schriftelijk overleg over de Ontwerp-Rijksstructuurvisie NWO. Met name diverse oppositiepartijen blijven zeer kritisch ten aanzien van de Blankenburgtunnel.
  • In de eerste maanden van 2013 dringt het besef dat verkeersgroei voorlopig niet meer aan de orde is, steeds verder in de  maatschappij door. Regelmatig geven deskundigen met uiteenlopende achtergronden in kranten aan dat investeringen in infrastructuur niet meer rendabel zullen zijn omdat het verkeer niet meer groeit en dat de bouwsector investeringsgekte in de bouwsector die voor de crisis aan de orde is niet meer houdbaar is. Deze inzichten hebben echter geen enkele invloed op de invulling van de bezuinigingen op het infrastructuurfonds: hierin zin slechts een aantal projecten naar achter geschoven en enkele kleine projecten zijn geschrapt. De Blankenburgtunnel is bij voorbaat niet bij de bezuinigingen betrokken omdat deze in het regeerakkoord benoemd is. Met de plannen voor de Blankenburgtunnel wordt dus ook verder gegaan.
  • In het AO MIRT op 11 december 2012 wordt voornamelijk over de Blankenburgtunnel gesproken omdat vrijwel alle andere infrastructuurprojecten bij de het invullen van de bezuiniging op het infrastructuurfond worden betrokken. De oppositie (GL, PvdD, CU, D66, 50 plus) geeft aan het niet eens te zijn met de keuze voor de Blankenburgtunnel. De PvdA vraagt minister Schultz of het terugbrengen van tolheffing voor personenverkeer (eerder was dit vervallen) mogelijk is om ze meer geld voor inpassing te genereren. Schultz geeft aan dat zij tolheffing ziet zitten. Zij wil dit geld echter niet aan inpassing besteden, maar aan andere asfaltprojecten. Dit bevestigt ze in een brief aan de Kamer. Een aangenomen motie waarmee de PvdA haar gezicht nog enigszins probeert te redden zorgt ervoor dat er toch nog 25 miljoen voor inpassing wordt vrijgemaakt. Moties van de oppositie tegen de Blankenburgtunnel of om de weg bij de bezuinigingen te betrekken halen het niet.
  • Vanwege een opstand in de VVD achterban over inkomensafhankelijke zorgpremie, wordt het regeerakkoord op 12 november 2012 aangepast. Een onderdeel van de aanpassing is een structurele bezuiniging van 250 miljoen euro op infrastructuur. In de volgende dagen wordt duidelijk dat concrete invulling van de bezuinigingen nog onbekend is, maar over de hele breedte van het infrastructuurfonds gezocht gaat worden (asfalt, OV, vaarwegen) en dat de projecten die concreet in het regeerakkoord benoemd werden (Blankenburgtunnel en ring Utrecht) bij voorbaat, ongeacht de onderbouwing, buiten schot blijven.
  • Vanwege de aantoonbaar verkeerde aanname over de groei van de mobiliteit in het regeerakkoord, wordt op het congres van de PvdA op 3 november een motie aangenomen. Hierin wordt de Tweede Kamerfractie opgeroepen om, naast een doorrekening van de milieueffecten, ook een doorrekening van de mobiliteitsontwikkeling en de consequenties hiervan voor de MKBA te laten uitvoeren door het PBL.
  • Het regeerakkoord ‘Bruggen slaan’ van PvdA en VVD verschijnt op 29 oktober 2012. Hierin wordt een keuze gemaakt voor de aanleg van de Blankenburgtunnel. De PvdA was tot nu toe fel tegen de Blankenburgtunnel, maar heeft deze keuze dus blijkbaar aan de VVD moeten gunnen. Opvallend is dat het regeerakkoord het volgende stelt “Ook in de afgelopen jaren is de mobiliteit gegroeid, ondanks de economische crisis”.  Dit is feitelijk gezien onjuist, aldus de cijfers van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid.
  • In het AO MIRT dat 28 juni 2012 plaatsvindt, verzoekt met name de PVV demissionair minister Schultz om de zomer te benutten om een betere analyse te maken van de verschillen tussen de Blankenburgtunnel en de Oranjetunnel waarin ook alle kosten van maatregelen die nodig zijn als gevolg van de Blankenburgtunnel evenals een goede analyse van de effecten van de A54 en de A14. Begin juli sturen natuur- en bewonersorganisaties daarom de minister een brief waarin zij schrijven voor een echt goede en integrale analyse er een gebiedsgewijze benadering conform het advies van de commissie Elverding moet worden toegepast en de uitgangpunten mbt verkeersgroei realistisch moeten zijn. Op 30 augustus stuurt de minister de zogenaamde ‘integrale verkeersanalyse Zuidvleugel Randstad’ aan de Tweede Kamer met de conclusie dat de Blankenburgtunnel nog steeds de beste keuze is. Het 24 pagina’s tellende document geeft echter geen nieuwe informatie, gaat uit van een verkeersgroei die inmiddels aantoonbaar onrealistisch blijkt te zijn en gaat bovendien volledig voorbij aan de leefbaarheidsproblematiek die in samenhang met de verkeersproblemen benaderd zou moeten worden.
  • In de procedurevergadering van de Vast Kamercommissie voor Infrastructuur en Milieu op 30 mei 2012 wordt gesproken over welke onderwerpen controversieel worden verklaard en behandeling dus wordt uitgesteld tot na de verkiezingen. Een grote meerderheid bestaand uit PvdA, SP, CU, GL, D66, PvdD en PVV zijn van mening dat de Blankenburgtunnel erg omstreden is en er veel verdeeldheid over bestaat waarom dit onderwerp controversieel verklaard moet worden. De PVV geeft aan dat zij vinden dat er voor de besluitvorming eerst een goed onderzoek met een voldoende brede scope moet plaatsvinden. Alleen CDA en VVD vinden dat de Blankenburgtunnel niet controversieel verklaard zou moeten worden, maar zij zijn hiermee ver in de minderheid. Uitstel van behandeling van de Blankenburgtunnel tot na de verkiezingen is hiermee een feit.
  • Twee dagen na de tweede termijn van het AO over de NWO, op 21 april 2012, mislukken de onderhandelingen tussen CDA, VVD en gedoogpartner PVV in het Catshuis over de bezuinigingen. Dit leidt tot de val van het Kabinet en in september 2012 zullen nieuwe verkiezingen worden gehouden.
  • In april 2012 vindt (eerste en tweede termijn) het algemeen overleg over de NWO in de Tweede Kamer plaats. Alle aanwezige oppositiepartijen  (PvdA, SP, GL, CU, D66, PvdD), geven hierin aan tegen de Blankenburgtunnel te zijn. VVD en PVV zijn voor, evenals het CDA. Het CDA geeft in de eerste termijn echter aan alleen in te kunnen stemmen met een keuze voor de Blankenburgtunnel wanneer er sprake is van het sparen van natuur en recreatie door volledige ondertunneling: de tunnel mag pas boven komen bij de aansluiting op de A20. De minister antwoord hierop dat zij bereid is om extra geld uit te trekken om 600 meter van het tracé te overkluizen (meer ondertunneling is technisch ook niet mogelijk volgend de minister). Hiermee lijkt dus niet voldaan te worden aan de eis van het CDA met betrekking tot volledige ondertunneling. In de tweede termijn van het AO geeft het CDA echter opeens aan dat zij maximale ondertunneling willen in plaats van volledige ondertunneling. Hiermee lijkt er dus een Kamermeerderheid te zijn voor het voorstel van de minister voor de aanleg van de  Blankenburg, variant Krabbeplas West met een overkluizing tussen de spoorlijn en de Zuidbuurt van maximaal 650 meter. EHS gebied de Rietputten wordt hiermee ernstig aangetast doordat de snelweg hier (zonder overkluizing) dwars doorheen loopt.
  • Op 13 maart 2012 zou het debat over de NWO in de Tweede Kamer plaatsvinden. De Tweede Kamer heeft echter op 12 maart om uitstel gevraagd omdat de minister alle stukken pas enkele dagen voor het debat aan de Kamer toestuurde. In een brief bij de rapporten, laat de minister weten dat de geschatte kosten lager uit zullen vallen vanwege het verlagen van de risicoreservering waardoor ze zal onderzoeken of de tolopgave verlaagt kan worden. Tevens geeft de minister aan dat een geboorde Blankenburgtunnel niet haalbaar blijkt te zijn. Het is opvallend dat de minister op 12 maart in het FD laat weten dat er wat haar betreft op infrastructuur bezuinigd kan worden. Uit de onderzoeken naar de NWO lijkt tevens dat het uitstellen van de investeringen in de NWO met vijf jaar economisch voordeel oplevert. Bovendien lijken de cijfers die de basis vormen voor het NWO onderzoek inmiddels achterhaald te zijn.
  • Op 7 december 2011 maakt minister Schultz van Haegen bekend dat haar bestuurlijke voorkeur uit gaat naar de Blankenburgtunnel, variant Krabbeplas West die voor een kwart uit tolheffing gefinancierd moet gaan worden. In deze analyse van de bestuurlijke voorkeur NWO is te lezen dat op een aantal punten niet wordt voldaan aan het regionale bestuurlijk advies, de onderbouwing van de keuze zeer beperkt is, er geen visie ten grondslag ligt aan de keuze etc. Op 12 december praat de Tweede Kamer in het notaoverleg MIRT over de NWO en de voorkeursbeslissing van de minister. De Tweede Kamer geeft aan meer informatie over de afweging van de minister te willen ontvangen en daarna de NWO in een apart debat te willen behandelen. De aanvullende informatie wordt op 23 januari naar de Tweede Kamer gestuurd, al bevat deze brief en de beantwoording van de gestelde vragen eigenlijk weinig nieuwe informatie.
  • Op 30 november 2011 komt het regionale, bestuurlijke advies uit. In het advies wordt een voorkeur voor de Blankenburgtunnel aangegeven met een aantal eisen op het gebied van inpassing, aansluitingen en eisen tbv het omliggende wegennet. Het advies gaat vergezeld van de mededeling dat de gemeenten Vlaardingen, Maassluis, Midden-Delfland, Schiedam en Delft zich niet kunnen vinden in dit standpunt, tegen de Blankenburgtunnel zijn en een voorkeur hebben voor de Oranjetunnel.
  • In oktober 2011 worden de voorlopige onderzoeksresultaten gepresenteerd. Deze resultaten geven de indruk dat er nauwelijks verschil is op het gebied van effecten op natuur, milieu en leefomgeving tussen de Blankenburgtunnel en de Oranjetunnel. Begin november 2011 verschijnt echter het conceptrapport plan-MER dat alleen aan bestuurders toegestuurd worden. Hieruit blijkt dat de Oranjetunnel op onder andere deze aspecten beduidend beter scoort van de Blankenburgtunnel. Tevens blijkt dat beide snelwegen aan de bereikbaarheidsdoelstellingen voldoen. Naar aanleiding van het concept hoofdrapport plan-MER NWO is een notitie over de inhoudelijke afwegingen opgesteld.
  • Tijdens het rondetafelgesprek op 29 september 2011 krijgen overheden, stakeholders en adviseurs de gelegenheid om hun visie op de NWO aan de Tweede Kamer (commissie I&M) kenbaar te maken. Opvallend is dat alle partijen aangeven dat naast het verbeteren van bereikbaarheid ook de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang is, terwijl leefomgeving niet in de doelen van het project voorkomt. Tijdens het rondetafelgesprek geeft het College van Rijksadviseurs aan dat in hun ogen de Oranjetunnel de grootste bijdrage levert aan een robuust netwerk in verband met het verkeer dat zich hoe dan ook via het Westland zal afwikkelen wegens congestie op de A20. Ten slotte wordt constateert Sharon Dijksma tijdens het rondetafelgesprek dat haar motie uit 2010 die stelt dat het proces conform het advies van de Commissie Elverding moet verlopen nog steeds niet uitgevoerd wordt.
  • Op 30 augustus 2011 sturen de gemeenten Vlaardingen, Maassluis, Schiedam, Midden-Delfland en deelgemeente Hoek van Holland een brief naar de vaste Kamercommisie I&M ten behoeve van het rondetafelgesprek met deze Kamercommissie dat op 29 september 2011 plaatsvindt. In de brief pleiten zij onder meer voor een volledige, integrale en gelijkwaardige afweging tussen de tunnelvarianten en geven zij aan dat hun belangen onvoldoende worden meegenomen in het besluitvormingsproces en dat dit proces dus niet conform het advies van de commissie Elverding verloopt.

 

 

  • In de Provinciale Staten zijn door de CDA fractie vragen gesteld over het besluitvormingsproces rondom de NWO. Op 30 augustus 2011 zijn deze vragen door GS beantwoord.

 

  • In juli 2011 komt een nieuwsbrief uit waarin bekend wordt gemaakt welke varianten nader onderzocht zullen worden ten behoeve van het plan-MER. Het gaan om één tracé van de Oranjetunnel 9dat op twee manieren aangelegd kan worden) en drie tracés van de Blankenburgtunnel. Hoe de selectie van varianten tot stand is gekomen, is niet bekend. Hierover komt nog een apart document dat een bijlage zal worden bij de (concept) Rijksstructuurvisie. Daardoor wordt dus pas inzicht gegeven in de selectie van varianten op het moment dat het onderzoek naar deze varianten middel het (ontwerp) plan-MER al gedaan is… Diverse organisatie schrijven hier gezamenlijk een brief over naar de Tweede Kamer.

 

  • Tijdens het AO MIRT op 29 juni 2011 geven diverse partijen aan dat zij het belangrijk vinden dat er een volwaardige vergelijking tussen de Blankenburgtunnel en de Oranjetunnel plaatsvindt. Tevens worden zorgen geuit over het participatieproces zoals dat nu plaats heeft gevonden.

 

 

 

  • In mei 2011 presenteert Milieudefensie haar duurzame mobiliteitsplan: Bouwen aan een groene metropool. In dit plan voor het oplossen van de bereikbaarheidsproblemen rond Rotterdam worden oplossingen aangedragen door middel van benutten, beprijzen en bouwen. Berekeningen tonen aan dat hiermee bereikbaarheidsproblemen opgelost worden zonder dat de aanleg van een NWO nodig is.

 

  • Door middel van informatieavonden en gesprekstafels in de eerste helft van 2011 wil de minister informatie inwinnen bij bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Tijdens de meedenkbijeenkomsten kunnen de deelnemers van het participatieproces informatie en argumenten aanbrengen. Deze beslisinformatie is voor de minister en de portefeuillehouder van de stadsregio. De portefeuillehouder van de stadsregio geeft op basis van de beslisinformatie en adviezen uit de regio advies aan de minister over de NWO. De minister neemt een uiteindelijk voorkeursbesluit voor een Blankenburgtunnel of Oranjetunnel.

 

  • Tot en met 22 januari 2011 kunnen zienswijzen ingediend worden op de notitie Reikwijdte en Detailniveau en op het voornemen tot opstellen van een Rijksstructuurvisie.

 

  • In januari 2011 verschijnt de definitieve versie van de notitie Reikwijdte en Detailniveau en kondigt de minister aan dat het besluitvormingsproces voor een NWO gestart wordt. In een officiële kennisgeving wordt aangekondigd dat er een Rijksstructuurvisie komt waarin de Nieuwe Westelijke Oeververbinding een belangrijk onderdeel vormt. Het is de start van het proces om in het najaar 2011 een keuze te kunnen maken voor de Oranjetunnel of de Blankenburgtunnel. In de Rijksstructuurvisie wordt opgenomen of er een Blankenburgtunnel of Oranjetunnel moet komen. Het Masterplan Rotterdam Vooruit en het bijbehorende tussenrapport plan-MER dienen als basis voor de op te stellen Rijksstructuurvisie. De Rijksstructuurvisie gaat het Masterplan Rotterdam vooruit juridisch verankeren en zal onderbouwd worden door twee plan-MER’s: een brede plan-MER (tussenrapport plan-MER) voor de onderbouwing van de Rijksstructuurvisie en een plan-MER NWO ter onderbouwing van de NWO. De notitie Reikwijdte en Detailniveau en het masterplan Rotterdam Vooruit blijken niet of nauwelijks te zijn aangepast op basis van de reacties van burgers, gemeenten en de commissie MER hierop.

 

 

 

  • In mei 2010 brengt de Commissie MER een advies uit over de concept notitie Reikwijdte en Detailniveau

 

 

  • December 2009: Publicatie Masterplan Rotterdam Vooruit. Het masterplan bestaat uit vijf deelprojecten, de NWO is een van deze deelprojecten. Voor de aanleg van de NWO bestaan twee alternatieven: –     De Oranjetunnel ter hoogte van de Maeslantkering –    De Blankenburgtunnel ten oosten van Maassluis en Rozenburg De doelen van de NWO zijn –    Ondersteunen A4 corridor als bereikbaarheidsas zuidelijke Randstad –    Verbeteren ontsluiting Greenport van Haven (MV2) –    Oplossing verwachte problemen Beneluxcorridor in en na 2020 In het Masterplan lijkt al een voorkeur te proeven te zijn voor de Blankenburgtunnel omdat de kosten hiervan 300 miljoen lagen zijn begroot dan die van de Oranjetunnel Het lijkt er echter ook op de kosten voor de noodzakelijke verbreding van de A20 van twee keer twee naar twee keer drie rijstroken bij aanleg van de Blankenburgtunnel hierin niet zijn meegenomen.

 

 

  • September 2009: Minister maakt bekend dat hij een NWO aan wil gaan leggen en dat deze wordt opgenomen in de Crisis- en Herstelwet

 

  • Augustus en september 2009: burgerpanels reageren op alternatieven om bereikbaarheid regio Rotterdam duurzaam te verbeteren.

 

  • Februari en maart 2009: publieksraadpleging waarbij iedereen zijn of haar knelpunten en ideeën op het gebied van bereikbaarheid kon aangeven.

 

  • 2008: Start MIRT-verkenning Rotterdam Vooruit (Regio Rotterdam en haven duurzaam bereikbaar), opname in programma Randstad Urgent

 

  • Voorafgaand: Al jarenlang plannen voor aanleg van een NWO, met Blankenburgtunnel als één van de opties. De laatste jaren was de aandacht in de regio echter uitsluitend gericht op de Oranjetunnel met A54 als goede verbinding tussen de A4 en de A15. Door stadsregio Rotterdam werd echter de Blankenburgtunnel weer op de kaart gezet. In de regio was er de constatering: er moet wat gedaan worden aan de verkeersproblemen, prognoses laten zien dat rond 2020 files hardnekkig en doorstroming onvoldoende zijn. Dus projectteam Rotterdam Vooruit (onderdeel van Randstad Urgent) werd opgezet: Rijk, de provincie Zuid-Holland, de Stadsregio Rotterdam en de gemeente Rotterdam werken samen waar de knelpunten zitten en welke kansen en ontwikkelingen denkbaar zijn om de Rotterdamse regio duurzaam bereikbaar te maken én te houden.